René Dingemanse

door: Peter van de Graaf

Op het land voel ik me het beste thuis

Hij noemt zichzelf een vakidioot die van zijn hobby z’n werk heeft gemaakt. Een man die iedere dag grond onder z’n voeten moet voelen, zelfs op zondag. Iemand die op vakantie een knolsederijwasserij bedenkt en uittekent. Aangenaam: René Dingemanse, bioboer in Biggekerke.

Hij is een jonge boer en dat slaat niet alleen op zijn leeftijd. Hij werkt bij het waterschap als hij in 1996 grond koopt om op te gaan boeren. Hij besluit direct om biologisch te gaan en in 1998 komen de eerste biologische producten van zijn land. René: "Ik was in die tijd parttimeboer. De helft van de tijd werkte ik bij een loonwerker, de andere helft boerde ik voor mezelf. Ik had inmiddels 5,5 ha grond met verharding. In 2000 besloot ik helemaal voor mezelf te beginnen. Dat ging allemaal goed tot de gemeente Vlissingen op 1 ha van mijn land een zwembad aan wilde leggen. We hebben toen de keuze gemaakt om niet 1 ha te verkopen, maar om het hele bedrijf te koop te zetten en elders opnieuw te beginnen." Van een boer die naar Canada verhuist, kan hij in Biggekerke een bedrijf van 10 ha kopen. In Vlissingen 8 kilometer verderop houdt hij nog een paar hectaren aan. René:"Boeren op twee plaatsen vraagt om een goede planning, maar dat lukt best redelijk. Het nieuwe bedrijf is echt een droom die is uitgekomen."

Waarom ben je biologisch gaan telen?
René: "Biologisch was voor mij een vanzelfsprekendheid. Het is een manier van leven en van werken die me aanspreekt. Je gaat op een andere – liefdevollere – manier met je grond om. Ik loop ook altijd naar beneden te kijken. Niet van neerslachtigheid, hoor. Nee, ik kijk naar beneden om dat daar, in de bodem, in de natuur, de oplossingen liggen. Ik heb een keer meegemaakt dat mijn zomergraan onder de luis zat. Gangbare boeren pakken dan de spuit in de hoop dat ze de strijd met de luis winnen. Als je net als ik geduld heb, zie je dat miljoenen lieveheersbeestjes het graan keurig netjes luisvrij maken. Het enige wat je moet doen is je slootkanten en akkerranden wat ruiger laten."

Wat teel je allemaal?
René: "Ik heb rode bieten, uien, bloemkool en pompoenen en sinds kort ook broccoli. Maar de grootste teelt is toch wel knolselderij. Zolang het loof goed is met en daarna zonder loof. Mijn producten gaan zoveel mogelijk naar 'groene winkels': biologische supermarkten, Estafette van Odin (de groente tas) en natuurlijk De Grote Verleiding. Zo lever ik altijd als mijn product goed is en blijf ik nooit met product zitten."

Wat doe je met de grond?
"Ik zorg dat mijn grond in uitstekende conditie is. Ik ben er echt heel zuinig op. Dat betekent o.a. niet met zware machines erop. Ik zaai grasklaver als groenbemester en daarnaast mest ik met stalmest van de eigen paarden aangevuld met biologische geitenmest. En het resultaat mag er zijn. Mijn bloemkool is echt klasse 1. Er zit geen plekje aan en de smaak is perfect!"

Wat doet René Dingemanse als hij niet met z'n voeten in de klei staat?
René: "Ik ben een echte vakidioot. Ik heb tijdens een vakantie een knolselderijwasserij ontworpen en getekend. En zelfs mijn grote hobby heeft iets met de landbouw te maken. Ik doe aan ringrijden met mijn Zeeuwse trekpaarden. Dat is een echt Walcherse sport. Maar meestal ben ik aan het werk. Het grootste gedeelte van het jaar maak ik lange dagen, in het topseizoen wel van 16 tot 18 uur.

Vooraan het erf staat ook dat er hier een minicamping is. Is die ook biologisch?
René lacht: "Tja, de bosjes en het gras waar de tenten op staan, worden niet bemest dus als je dat een biologisch minicamping wil noemen, van mij mag het. Wat je wel merkt is dat de mensen die hier kamperen bewust kiezen voor de natuur, de rust en de ruimte. We zitten dicht bij het strand (1500 meter) en de paarden zijn voor veel mensen ook heel bijzonder. Cindy, mijn vrouw, runt de camping. Laat mij maar lekker op het land werken. Daar voel ik met het meest thuis."