Hij woonde als jongen al op Hof Ter Linde. Vanaf 1967 was zijn vader er boer. En nu, na omzwervingen die hem onder andere in Duitsland brachten, is hij terug op Ter Linde en woont hij in de 200 jaar oude boerderijwoning. Maarten Guepin vertelt over zijn fantastisch mooie vak. "Ondanks een paar minnetjes, ben ik zeer vereerd dat ik zo kan werken!"
Maarten: "Ik kom niet uit een gezin van van-vader-op-zoonboeren, maar mijn vader was in de jaren '60 hier ook boer. En natuurlijk had ik, toen ik een puber was, het rondrijden op een tractor al snel gezien. Gelukkig duurde die periode maar kort, want toen ik een jaar of 17 was, wist ik: 'dit wil ik ook! Ik word biologische akkerbouwer.' Ik heb 5 jaar op een biologisch-dynamisch bedrijf in Duitsland gewerkt. Zeker in die tijd was de biologisch-dynamische cultuur in Duitsland sterker ontwikkeld dan in Nederland."
Na die 5 jaar in Duitsland kwam je terug naar Nederland. Ben je toen direct naar Ter Linde teruggekomen?
Maarten: "Ja, ik ben nu zo'n 20 jaar geleden ingestapt als werknemer van de BV Loverendale. Dat is de voorloper van het huidige Ter Linde. Na een reorganisatie van het bedrijf in 1992 zijn we – de andere boeren op Ter Linde en ik – verdergegaan als zelfstandige ondernemers in een commanditaire vennootschap. Deze voor een boerenbedrijf misschien wat minder vaak voorkomende ondernemingsvorm heeft voor dit bedrijf een aantal grote voordelen. Zo kunnen de ondernemers ieder vanuit hun eigen specialiteit samen het gemende bedrijf vormen. De gemengde bedrijfsvorm (akkerbouw/groenteteelt/veehouderij) geeft ook als voordeel dat er veel minder met voer en mest gesleept hoeft te worden.
Wat spreekt je zo aan in de biologische landbouw?
Maarten: "Een van de belangrijkste dingen is dat het de meest schone vorm van landbouw is. Het is milieuvriendelijk en gezond voor de mens. We gebruiken geen kunstmest en geen bestrijdingsmiddelen. Maar ik werk niet alleen biologisch, maar ook dynamisch. Dat is veel meer omvattend. Dat komt in vrijwel alle levensgebieden terug. Het gaat over samenhang in een groter geheel. Ons bedrijf is onderdeel van het landschap, van de omgeving. De grootte van het bedrijf - 90 ha netto in gebruik – maakt het werken vanuit gespecialiseerde bedrijfsonderdelen makkelijker. De veehouderij met zo’n 70 melkkoeien beslaat ruim de helft van de oppervlakte met gras- en klaverweilanden en haver, gerst voerderbieten. Op ongeveer 35 ha verbouw ik een groot aantal soorten consumptie- en verwerkingsgewassen, zoals knolselderij, aardappel, bruine boon, rode biet, suikerbiet, pastinaak, cichorei, pompoen, pattison en koolraap."
Waar loop je tegen aan als biologische akkerbouwer?
Maarten: " Onkruidbestrijding is natuurlijk het lastigste probleem. Dat vergt enorm veel arbeid. En ook het sorteerwerk van groente is aardig arbeidsintensief. Maar wat ik veel leuker vind, zijn de uitdagingen. Uitgaan van de mogelijkheden van de grond, het juiste moment afwachten, vruchtwisseling en bemesten. Inspelen op de gevolgen van een veranderend klimaat. Dat soort dingen. Ik ploeg de meeste percelen niet meer voor de winter, maar zaai een groenbemester en ploeg dan in de lente. Dat is niet gebruikelijk hier in Zeeland. Allemaal maatregelen om het organische stofgehalte in de bodem te verhogen en een betere structuur in de grond te krijgen. Vruchtbaarheid van de bodem staat boven aan het lijstje.
Wat betreft teelt en voedingskwaliteit ben ik erg enthousiast over de pastinaak. Deze witte peen heeft een licht zoete smaak en was – voordat de aardappel uit Zuid-Amerika werd geďmporteerd – het zetmeelrijke hoofdvoedsel. Omdat zowel de teelt als de productkwaliteit veel gezonder is dan de aardappel, voorzie ik nog een grote toekomst voor dit gewas. En vooral als zelfgebakken chips in olie is pastinaak niet te versmaden!"
Je hebt vier kinderen, treden die – net als jij – in de voetsporen van hun vader
Maarten lacht: "Volgens mij hebben ze hun vader te veel zien ploeteren toen ze klein waren. Nee, ik denk niet dat ze ook boer worden. De ene leerde voor kok en zit nu op de kunstacademie. De jongste zit op de havo. Misschien dat ze nog wel eens in een soort nevenfunctie( b.v. in het toerisme) hier verzeild raken. Maar ik vind niet dat het een verplichting is. Ze moeten zelf weten of ze kiezen voor dit fantastisch mooie vak. Hun hart volgen is daarbij veel belangrijker dan gaan doen wat pa of ma deden. Ik voel me in ieder geval zeer vereerd dat ik zo kan werken."